In memoriam Frank Israel (1946 – 2026)

Op 18 september 2026 is prof. dr. Frank Israel op 79-jarige leeftijd overleden. Hij laat zijn vrouw Isa en kinderen Marinus en Adriana achter. Frank was meer dan een halve eeuw verbonden aan de Leidse Sterrewacht. Hij was een markante en erudiete persoonlijkheid, een scherp debater, en zeer gewaardeerd en geliefd onder collegae.

In memoriam Frank Israel (1946 – 2026)

Frank is op 31 december 1946 in Delft geboren en bezocht het Stedelijk Gymnasium in Assen waar hij in 1965 het eindexamen Gymnasium beta afrondde. Al vroeg was hij gefascineerd door ruimtevaart en schreef hij regelmatig bijdragen in amateurtijdschriften. Frank studeerde daarna sterrenkunde in Leiden en deed zijn promotieonderzoek bij professor Harm Habing aan radiowaarnemingen van geïoniseerd gas. Na zijn promotie in Leiden in 1976 werkte Frank van 1977 tot 1980 in de Verenigde Staten bij het Owens Valley Radio Observatory, verbonden aan Caltech in Pasadena.

Daarna keerde hij terug naar Nederland om bij ESA/ESTEC in Noordwijk te werken, waar hij zich onder meer bezighield met millimeter- en submillimeteronderzoek aan moleculair gas. Halverwege de jaren tachtig keerde hij terug naar de Leidse Sterrewacht, waar hij een lange onderzoekscarrière opbouwde. In 2005 werd hij benoemd tot hoogleraar en werd hij opleidingsdirecteur sterrenkunde. Hij gaf vele generaties Leidse sterrenkundestudenten college en begeleidde verschillende promovendi die later zelf hun weg in de sterrenkunde vonden. In 2012 ging Frank met emeritaat, maar dat betekende geenszins het einde van zijn betrokkenheid bij de Sterrewacht. Ook daarna was hij er een vertrouwd gezicht, zette hij zijn onderzoek en publicaties voort en hield hij een nauwe band met de Leidse sterrenkunde.

Al tijdens zijn promotieonderzoek leverde Frank een belangrijke bijdrage aan ons begrip van stervormingsgebieden. Hij ontwikkelde het zogenoemde blister model, waarin jonge, zware sterren vlak bij de rand van een grote wolk van gas en stof ontstaan en het omringende gas verhitten en naar buiten laten stromen. Dit model verklaarde eigenschappen van lichtende gasnevels die tot dan toe moeilijk te begrijpen waren. Ruim veertig jaar later liet een NASA-visualisatie van de Orionnevel vrijwel precies de structuur zien die Frank en zijn collega’s destijds hadden voorspeld. In zijn latere onderzoek richtte Frank zich vooral op de vraag hoe sterren ontstaan uit gas en stof, en hoe dat proces verloopt in andere sterrenstelsels dan onze eigen Melkweg. Daarbij onderzocht hij onder meer de Magelhaense Wolken (kleine nabije sterrenstelsels) en de centrale gebieden van grotere sterrenstelsels.

Een belangrijk deel van zijn werk ging over de manier waarop astronomen de hoeveelheid moleculair gas in zo’n sterrenstelsel kunnen bepalen. Dat gas, voornamelijk bestaande uit waterstof, is de grondstof waaruit nieuwe sterren worden gevormd, maar is zelf moeilijk rechtstreeks waar te nemen. Daarom gebruiken astronomen vaak koolstofmonoxide, CO, als een soort peilstok. Frank liet zien dat die relatie veel minder eenvoudig is dan vaak werd aangenomen: in sterrenstelsels met een andere chemische samenstelling of een sterker stralingsveld kan veel moleculair waterstof aanwezig zijn zonder dat dit duidelijk zichtbaar is in CO. Zijn onderzoek heeft daarmee belangrijk bijgedragen aan een beter begrip van de omstandigheden waaronder sterren ontstaan, en van de manier waarop gas en stof de ontwikkeling van sterrenstelsels bepalen.

Frank was bovenal een observationeel astronoom. In de loop van zijn carrière werkte hij met vrijwel alle belangrijke generaties radio-, millimeter- en vooral submillimetertelescopen, van SEST en JCMT tot Herschel, APEX en later ALMA. Hij volgde de snelle ontwikkeling van het vak op de voet, steunde de ontwikkeling van nieuwe faciliteiten, en wist nieuwe waarnemingsmogelijkheden steeds te benutten voor onderzoek aan een grote verscheidenheid aan sterrenkundige objecten. Die brede ervaring met waarnemingen, instrumenten en uiteenlopende soorten sterrenstelsels was kenmerkend voor zijn wetenschappelijke loopbaan. Hij bleef tot op het laatst zelf zijn eigen data analyseren en publiceren.

Vrienden en collega’s zullen zich Frank herinneren om zijn scherpe blik op de wetenschap en de wereld om hem heen, en om de vaak rake en soms heerlijk uitgesproken bespiegelingen die daarbij hoorden. Tegelijk was hij een verhalenverteller, met een schat aan herinneringen aan zijn vele reizen en aan een lange loopbaan in de sterrenkunde. Juist die combinatie van wetenschappelijke gedrevenheid, scherpte en persoonlijke verhalen maakte hem voor velen tot zo’n vertrouwd en markant lid van de Sterrewachtgemeenschap.

Franks scherpe en kritische blik kwam ook tot uiting in zijn jarenlange betrokkenheid bij Stichting Skepsis, waarvan hij voorzitter was. Hij hechtte sterk aan kritisch denken en aan het zorgvuldig toetsen van beweringen aan feiten en bewijs. Ook buiten de wetenschap vond hij het belangrijk om onbewezen claims kritisch te bevragen en het publieke debat daarover aan te gaan. Daarbij schuwde hij de discussie niet, ook wanneer die fel werd en hem soms persoonlijk raakte. Dat deed hij op de manier die velen van hem kenden: scherp, principieel en met gevoel voor humor.

Frank deelde zijn liefde voor de sterrenkunde graag met een breed publiek. Hij gaf veel publiekslezingen en nam zichtbaar plezier in het vertellen over het heelal, nieuwe ontdekkingen en de vragen die de sterrenkunde oproept. Ook was hij medeoprichter van Space Expo in Noordwijk, waar hij zich inzette voor publieksactiviteiten rond sterrenkunde en ruimteonderzoek. Voor veel mensen buiten de universiteit was hij zo een vertrouwd en toegankelijk gezicht van de sterrenkunde.

Hij had daarnaast een grote belangstelling voor de geschiedenis van de sterrenkunde, en in het bijzonder voor die van de Leidse Sterrewacht en de Oude Sterrewacht. Als medeoprichter van de Stichting Behoud Leidse Sterrewacht was hij betrokken bij de restauratie van dit iconische gebouw. Hij verdiepte zich graag in de mensen, instrumenten en gebeurtenissen die de ontwikkeling van het vak hadden gevormd en schreef daar ook over. Die historische belangstelling vormde voor hem een vanzelfsprekend onderdeel van zijn verbondenheid met de Leidse sterrenkunde. Met zijn brede kennis en sterke geheugen wist hij die verhalen bovendien vaak op een persoonlijke en beeldende manier door te geven aan collega’s en studenten.

Frank Israel was zozeer aanwezig op de Sterrewacht, dat je zijn kenmerkende gestalte en korte lachje elk ogenblik verwachtte. Helaas voor ons allen, dat zal niet meer zo zijn. We gaan Frank allemaal enorm missen.

Ignas Snellen, directeur Sterrewacht Leiden, namens alle collega's