Een belangrijke vraag voor de aankomende LISA-missie is: hoeveel compacte dubbelsterren bevinden zich in onze Melkweg? LISA gaat vanaf de jaren 30 vanuit de ruimte zwaartekrachtsgolven meten, ofwel rimpelingen in de ruimtetijd veroorzaakt door snel om elkaar heen draaiende of botsende compacte dubbelsterren. Wouter van Zeist gebruikte in zijn onderzoek verschillende modellen om tot een antwoord op die vraag te komen, en controleerde de uitkomsten met echte telescoopwaarnemingen, onder andere die van de Zwicky Transient Facility.
Van Zeist testte de computermodellen niet op één stukje heelal, maar drie totaal verschillende omgevingen: sterrenclusters, de Magelhaense Wolken en de schijf van de Melkweg. Uiteindelijk gebruikte hij de gecorrigeerde modellen om te voorspellen van hoeveel dubbelstersystemen LISA in theorie zwaartekrachtsgolven zou moeten kunnen opvangen. Dit zijn er zo'n tien- tot vijfentwintigduizend.
De resultaten van het onderzoek zijn door het LISA-consortium gebruikt om hun eigen voorspellingen voor de missie te verbeteren. Het onderzoek werd uitgevoerd aan de Radboud Universiteit onder begeleiding van Gijs Nelemans, Jan Eldridge en Simon Portegies Zwart.
De jury prijst Van Zeist om zijn systematische en originele aanpak van een belangrijke openstaande vraag. De CAN-scriptieprijs wordt sinds 2023 uitgereikt aan het beste Nederlandse promotieonderzoek naar astroparticles. De winnaar ontvangt duizend euro en mag een keynote geven op het CAN-symposium.