11e-eeuwse Engelse monnik ontdekte periodiciteit van de komeet van Halley al

De sterrenkundige Simon Portegies Zwart (Universiteit Leiden) en de Britse oudheidkundige Michael Lewis (British Museum, Londen) hebben de historische waarnemingen van komeet Halley bestudeerd en concluderen dat de Britse astronoom en wiskundige Edmond Halley niet de eerste was die de cyclus van de komeet van Halley doorgrondde. Ze tonen aan dat de 11e-eeuwse monnik Eilmer van Malmesbury (ook bekend als Aethelmaer) al twee waarnemingen van de komeet met elkaar in verband had gebracht.

De oudste bekende afbeelding van de komeet van Halley op het tapijt van Bayeux met gebeurtenissen in het jaar 1066. (c) Wikimedia commons
De oudste bekende afbeelding van de komeet van Halley op het tapijt van Bayeux met gebeurtenissen in het jaar 1066. (c) Wikimedia commons

Deze gebeurtenissen worden beschreven door de 12e-eeuwse kroniekschrijver William van Malmesbury, maar dat is niet eerder door wetenschappers opgemerkt. Portegies Zwart en Lewis beweren nu dat Aethelmaer beide waarnemingen van de komeet zou hebben gezien. Hun bevindingen zijn gepubliceerd in het boek ‘Dorestad and Everything After. Ports, townscapes & travellers in Europe, 800-1100’.
 
Halley ontdekte dat de later naar hem genoemde zeer heldere periodieke komeet 1P/Halley in 1531, 1607 en 1682 werd waargenomen dezelfde komeet was, die dus elke ~ 76 jaar terugkeert. 
 
In 1066 werd de komeet gedurende meer dan twee maanden waargenomen in China. Hoewel hij het helderst was op 22 april 1066, werd de komeet van Halley pas op 24 april van dat jaar gezien in Bretagne en op de Britse eilanden. De komeet is afgebeeld op het tapijt van Bayeux, waarop de gebeurtenissen van het jaar 1066 staan afgebeeld.
 
De komeet verscheen tijdens de korte regering van koning Harold Godwinson, van 6 januari tot 14 oktober 1066. Uit het bronnenonderzoek van Portegies Zwart en Lewis blijkt dat er in de eeuwen rond deze datum vijf keer een komeet is gezien. In de overlevering worden de verschijningen in verband gebracht met de dood van koningen, oorlog of hongersnood op de Britse eilanden. Een komeet die niet in de kronieken voorkomt, die voorafgaat aan de dood van aartsbisschop Sigeric van Canterbury in 995, kan worden uitgelegd als een historisch equivalent van nepnieuws, of als een overdrijving van de situatie, waarschijnlijk met als doel de Britse bevolking te laten schrikken voor Gods toorn over de zonden van het volk.
 
De monnik Eilmer - of Aethelmaer - van Malmesbury moet al bejaard zijn geweest toen hij Halley’s komeet in 1066 voor de tweede keer zag. Hij realiseerde zich dat hij dezelfde komeet in 989 ook had gezien. Ook nu werd de koning, zoals gebruikelijk in die tijd, gewaarschuwd voor naderend onheil.
 
De onderzoekers pleiten ervoor dat de komeet van Halley een andere naam krijgt, nu hij eeuwen eerder al twee keer was gezien. Portegies Zwart: “Dit onderzoek was heel leuk om te doen, maar ik vond het ook lastig om binnen zo’n interdisciplinair onderzoek samen te werken met een historicus. Toch zijn we van plan meer onderzoek te doen naar dit soort periodieke kometen.”

Preprint van het oorspronkelijke artikel