The role of neutral hydrogen in the evolution of nearby radio galaxies

Op vrijdag 12 november promoveerde Christian Struve aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn onderzoek naar de rol van neutraal waterstof in de evolutie van radiosterrenstelsels.

De meeste, zo niet alle, sterrenstelsels hebben een superzwaar zwart gat in hun centrum, met massa's die oplopen tot enkele miljarden keer de massa van de Zon. In sommige gevallen bereikt gas en materie afkomstig van grote afstanden (>3000 lichtjaar) het circumnucleaire gebied (< enkele lichtjaren) en voedt daar het zwarte gat. Zulke zwarte gaten worden "Actieve Galactische Kernen" (AGN) genoemd. Gedurende dit AGN proces worden door zogenaamde "jets" grote hoeveelheden radio-plasma uitgestoten. Simulaties laten zien dat "feedback" van AGN een sterk regulerend effect heeft op de groei van sterrenstelsels. AGN spelen dus een cruciale rol in de evolutie van hun hosts. Het is echter nog niet geheel duidelijk hoe AGNs precies werken en wat ervoor zorgt dat een zwart gat actief wordt. Nucleaire gas reservoirs lijken daarbij een belangrijke rol te spelen. Er zijn verschillende mechanismen voorgesteld voor het transport van gas naar de centrale regionen. Zo kunnen bijvoorbeeld gas-rijke "mergers" en sterrenstelsel interacties belangrijk zijn. Christian Struve onderzocht de rol van koud gas in AGN host sterrenstelsels: gasstructuren op een schaal van een miljoen lichtjaar worden geobserveerd om de invloed van sterrenstelsel interacties te onderzoeken; de dynamica van de gasschijf wordt bestudeerd op een schaal van 100,000 lichtjaar om te zoeken naar gas dat naar binnen beweegt; het circumnucleaire gebied wordt bekeken op een schaal van 300 lichtjaar om na te gaan of koud gas inderdaad het zwarte gat voedt. Struves resultaten laten zien dat gasrijke interacties waarschijnlijk niet het belangrijkste mechanisme is dat zorgt voor radio activiteit.

Vrijdag 12 november 2010, 14.45 uur
Rijksuniversiteit Groningen
Academiegebouw
Broerstraat 5, Groningen
Promotor: J.M. van der Hulst
Co-promotors: R. Morganti, T.A. Oosterloo