Uranus is de zevende planeet in ons zonnestelsel. De gemiddelde afstand tot de zon is 2875 miljoen kilometer. De planeet doet maar liefst 84 jaar over een rondje om de zon. Uranus heeft een middellijn van ruim 50.000 kilometer en is daarmee ongeveer vier keer zo groot als de aarde.
Dwarsligger
Het opmerkelijkste aan Uranus is dat de planeet op zijn kant ligt. De andere planeten staan allemaal min of meer rechtop, terwijl bij Uranus de polen naar de zon zijn toegekeerd. Toen Uranus net bestond is er waarschijnlijk een groot object tegenaan gebotst, waardoor de planeet gekanteld is.
Ontdekt met telescoop
Uranus is in 1781 ontdekt door de musicus en amateur-astronoom William Herschel. Hij keek met een zelfgebouwde telescoop vanuit zijn tuin naar de sterren en plotseling viel hem een ster op die er anders uitzag dan de andere sterren. Het bleek een planeet te zijn. Zo is Uranus de eerste planeet ontdekt sinds de oudheid, met behulp van een telescoop. Het zonnestelsel werd met deze ontdekking twee keer zo groot, want Uranus staat twee keer zo ver van de zon als zijn buurman Saturnus.
Manen en ringen van Uranus
Voordat de Voyager II in 1986 langs Uranus vloog waren er vijf manen bij de planeet bekend. Voyager ontdekte nog tien maantjes en daarna zijn er nog minstens zes ontdekt. Voyager maakte veel foto's van de maan Miranda (foto). Miranda blijkt een opmerkelijke oppervak te hebben van kraters en diepe groeven. Bijna alle Uranusmanen zijn genoemd naar personages uit de toneelstukken van Shakespeare.
De ringen van Uranus zijn smal, donker en bestaan uit kleine deeltjes stof en gruis. Daarom zijn ze in tegenstelling tot de ringen van Saturnus vanaf de aarde niet goed te zien.

Leuke links
|