Twee Nederlandse en een Vlaamse astronoom hebben een onderzoekssubsidie toegekend gekregen van de European Research Council (ERC). Deze nieuw ingestelde Advanced Grant is de meest prestigieuze Europese beurs voor individuele onderzoekers en bedraagt maximaal 3,5 miljoen euro voor een project van vijf jaar. De Advanced Grants worden over heel Europa verdeeld. In de sterrenkunde zijn er zeven toegekend, waarvan maar liefst drie aan Nederlands-Vlaamse sterrenkundigen: Prof.dr. Heino Falcke (hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica Radboud Universiteit Nijmegen), Prof.dr. Marijn Franx (hoogleraar extragalactische sterrenkunde aan de Sterrewacht van de Universiteit Leiden) en Prof.dr. Conny Aerts (hoogleraar astrofysica KU Leuven, bijzonder hoogleraar asteroseismologie Radboud Universiteit).
Falckes onderzoek richt zich op een van de grote raadsels in de (astro-)fysica: de oorsprong van hoogenergetische kosmische deeltjes. Deze kosmische deeltjes, voornamelijk protonen en zware atoomkernen, bombarderen continu de aarde vanuit de ruimte. De meest energetische zijn bijna net zo snel als het licht en hebben evenveel energie als een gesmashte tennisbal van Rafael Nadal, maar dan in één enkel deeltje. Het Pierre Auger Observatory in Argentinië heeft vorig najaar voor het eerst laten zien dat superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels de meeste waarschijnlijke producenten zijn van hoogenergetische kosmische straling. Als de geladen kosmische straling op de aardse atmosfeer botst, wordt ze door het aardmagnetische veld afgebogen en zendt daarbij een zeer korte (10 nanoseconde), maar zeer intense radiopuls uit. Falcke wil de oorsprong van deze deeltjes ontrafelen met behulp van de Nederlandse radiotelescoop Lofar, waarvoor hij als project scientist werkzaam is bij Astron, en het Pierre Auger Observatory, de grootste kosmische stralingstelescoop ter wereld.
Franx bestudeert de vorming en evolutie van sterrenstelsels. Door sterrenstelsels te bekijken die zeer ver weg staan, kan hij terugkijken in de tijd, en bestuderen hoe het heelal er uit zag toen het nog heel jong was. Het licht van die sterrenstelsels is tot 13 miljard jaar onderweg geweest om ons te bereiken. Aangezien het heelal zelf 13,5 miljard jaar oud is, werd het licht uitgezonden toen het heelal zelf slechts een half miljard jaar oud was. Dit onderzoek kan alleen met behulp van de nieuwste faciliteiten worden gedaan, zoals de VISTA telescoop die eind dit jaar in Chili door de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in gebruik wordt genomen en een nieuwe camera op de Hubble Space Telescope. Beide telescopen kunnen zeer gevoelige opnames maken van het heelal in het nabij-infrarood. Het licht van de sterrenstelsels is door de expansie verschoven van ‘gewoon licht’ naar het nabij-infrarood. De nieuwe faciliteiten zijn meer dan 10 maal krachtiger dan de bestaande. De opnames van de nieuwe instrumenten zullen Franx in staat stellen om bijna tot de ‘rand’ van het zichtbare heelal te kijken.
Het onderzoek van Aerts richt zich op het ontrafelen van de interne structuur van sterren door middel van stertrillingen: de asteroseismologie. Door een samenspel van interne gasbewegingen en stralingstransport worden sterren in trilling gebracht. De structuur van een ster zorgt ervoor dat de ster op zeer specifieke frequenties gaat trillen. Net als na een aardbeving fungeert de trilling als een signaal waarmee een blik op het binnenste van de ster mogelijk wordt. De precieze structuur en samenstelling van de ster bepalen namelijk hoe snel drukgolven door de ster reizen. Om deze trillingen te detecteren en er de interne structuur van een ster uit af te leiden zijn fotometrische en spectroscopische waarnemingen van zeer hoge kwaliteit en lange duur nodig. In het onderzoek zal Aerts gebruikmaken van de nieuwste waarnemingen van de Frans-Europese CoRoT- en de NASA Kepler-satelliet en van aardse observaties met de Vlaamse Mercator Telescoop op La Palma en de Europese Very Large Telescope in Chili.
|