De Oortwolk is een grote wolk met miljarden kometen rondom ons zonnestelsel (inclusief de Kuipergordel) die zich uitstrekt tot ongeveer een kwart van de afstand tussen de zon en de dichtstbijzijnde ster.
In tegenstelling tot bijna alle andere objecten in het zonnestelsel bevindt de Oortwolk zich niet alleen op of in de buurt van het eclipticavlak, maar helemaal rondom de zon. Dat komt doordat de kometen hier maar weinig ondervinden van de aantrekkingskracht van de zon. Hun banen zijn erg onstabiel, zodat ze elkaars zwakke aantrekkingskracht kunnen voelen en zich willekeurig in alle richtingen verspreiden.
Al in 1950 realiseerde de Nederlandse astronoom Jan Hendrik Oort zich dat veel van de kometen in ons zonnestelsel in excentrische banen bewegen. Dicht bij de zon komen ze binnen de baan van de aarde, terwijl het verste punt in hun baan vaak zo'n vijftigduizend maal verder ligt dan de afstand van de aarde tot de zon; bijna een kwart van de afstand tot de dichtstbijzijnde ster.
Oort concludeerde dat er een grote wolk van biljoenen kometen rond ons zonnestelsel moest hangen. Soms worden de banen van deze kometen verstoord door een passerende ster en vallen ze naar het centrum van het zonnestelsel, waar we ze zien als kometen. Deze kometen kunnen uit alle richtingen komen, omdat de Oortwolk overal rond het zonnestelsel hangt.
De Oortwolk is ontstaan toen de reuzenplaneten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus gevormd werden en het hele zonnestelsel schoonveegden. Soms werden kleine objecten die dicht langs een van deze planeten scheerden als door een katapult gelanceerd. Veel kometen zijn op deze manier de interstellaire ruimte in geslingerd.
Als andere sterren ook een Oortwolk hebben en hun kometen de ruimte in slingeren, zou het kunnen gebeuren dat een van deze vreemde kometen dicht langs de zon vliegt. Zo'n komeet zou makkelijk te herkennen zijn omdat hij veel sneller beweegt dan een normale komeet. Tot nu toe is er echter nog geen gezien.
De positie van de Kuiperbelt en de Oortwolk binnen ons zonnestelsel.
