Sterrenstelsels zijn niet willekeurig uitgestrooid over de ruimte. Ze zijn door hun onderlinge zwaartekracht gegroepeerd in clusters van tientallen tot duizenden exemplaren. De bekendste cluster is de Lokale Groep waartoe ook ons Melkwegstelsel behoort. Op hun beurt blijken de clusters niet egaal verdeeld: ze vormen sliert-achtige superclusters die leegtes met een doorsnede van zo’n 150 miljoen lichtjaar omvatten. Voorzover nu bekend, vormt dit sponzige geheel van superclusters de allergrootste structuur in het heelal.
Een voorbeeld van een supercluster is de Coma cluster. Deze cluster is een van de dichtstbevolkte clusters en bevat duizenden stelsels. Vrijwel elk object op deze foto is een melkwegstelsel. De Hickson Compact Group 87 (HCG 87) is een voorbeeld van een kleinere cluster. De stelsels in een cluster hebben een grote kans te botsen en zelfs samen te smelten.
Door de roodverschuiving te meten en daaruit de afstand te bepalen van duizenden stelsels kan een driedimensionaal beeld van het heelal verkregen worden. De Las Campanas Redshift Survey (LCRS) bevat de roodverschuivingsgegevens van 26.418 melkwegstelsels, verdeeld over zes hemelstroken van 1,5 bij 80 graden. Deze survey laat de geklonterde structuur van het heelal op grote schaal duidelijk zien.
De volgende computersimulaties geven ook deze draad/klontstructuur weer:
vorming van clusters
van big bang tot clusters (met Engels commentaar)
