Uit onderzoek naar de achtergrondstraling in het heelal blijkt dat deze homogeen is verdeeld. De straling is in alle richtingen even sterk. Dit doet suggereren dat het vroege heelal, op het moment dat deze straling werd uitgezonden, ook homogeen verdeeld was en dat er geen duidelijke structuren waren. Maar nu zien we in het heelal heel duidelijke structuren. Op kleine schaal zien we bijvoorbeeld planetenstelsels zoals ons zonnestelsel en sterrenstelsels, en op grote schaal clusters van sterrenstelsels. Dus ergens in het vroege heelal moet er een moment zijn geweest waarop structuren zijn ontstaan: plekken waar meer materie zit dan ergens anders.
Dit soort kleine 'inhomogeniteiten' kunnen door de aantrekkende zwaartekracht steeds verder groeien. Op de plek van de inhomogeniteit zit meer materie en wordt dus ook meer materie aangetrokken. Daardoor wordt de dichtheid nog hoger. Uiteindelijk heeft dit proces er toe geleid dat zo'n 300 miljoen jaar na de oerknal de eerste sterren en sterrenstelsels zich vormden. De eerste sterrenstelsels staan inmiddels erg ver bij ons vandaan vanwege de uitdijing van het heelal, maar de actiefste (helderste), bijvoorbeeld de quasars, kunnen we nog steeds waarnemen.
Deze quasars staan zo ver weg, dat het licht er miljarden jaren over gedaan heeft om bij ons te komen. We zien daarom objecten die toen nog erg jong waren in een heelal dat ook nog erg jong was. Door de eindige snelheid van het licht kijk je namelijk terug in de tijd wanneer je verre objecten in het heelal bekijkt. Door de quasars kunnen we dus meer te weten komen over het vroege heelal.
Op dit filmpje zie je een computersimulatie van een uniform heelal tot grote draderige structuren waar ster- en sterrenstelselvorming kan plaatsvinden (bron: DVD 15 jaar Hubble, ESA/NASA, 2005, commentaar in het Engels).
Dit filmpje is een andere simulatie van de structuurvorming van het heelal. Deze simulatie is een doos van 140x140x140 lichtjaar, doorgerekend van een 100 miljoen jaar oud heelal (vrijwel homogeen/uniform) tot het huidige heelal (grote draderige filament structuren). © National Center for Supercomputer Applications/Andrey Kravtsov/Anatoly Klypin
