Big Bang
 

De Big Bang staat bekent als de 'geboorte' van het heelal. Vanaf het moment van deze 'oerexplosie', waarvan men nu nog niet weet hoe deze precies heeft plaatsgevonden, is het heelal gaan uitdijen en afkoelen, tot de toestand waarin wij het nu zien.

In het heelal zien wij objecten, zoals sterrenstelsels, van ons af bewegen. Hieruit kunnen we concluderen dat het heelal aan het uitdijen is. Vanuit ons gezichtspunt lijkt het alsof wij in het middelpunt van deze uitdijing staan, alles beweegt immers van ons vandaan. Dit is echter niet het geval. Vergelijk de uitdijing met een krentenbrood dat rijst in de oven. De krenten komen steeds verder van elkaar te liggen, maar voor iedere krent lijkt het alsof hij het middelpunt is omdat hij alles van zich af ziet bewegen.

We kunnen de uitdijing van het heelal het beste zien als een schaalvergroting. Er wordt continu nieuwe ruimte aangemaakt tussen de sterrenstelsels die zelf stilstaan. Op deze manier bewegen alle objecten van elkaar af. Als je aanneemt dat het beeld van het uitdijende heelal juist is, kun je ook concluderen dat er een punt in de geschiedenis van het heelal moet zijn geweest waarbij het veel kleiner was. De Russische geleerde George Gamov was de eerste die zich dit realiseerde. Hij bedacht dat met het terugdraaien van de tijd, de dichtheid en de temperatuur van het heelal veel groter moeten worden. Dat betekende volgens hem dat op het tijdstip nul de dichtheid en de temperatuur oneindig groot moeten zijn geweest. Dit punt staat bekent als de geboorte van het heelal: de Big Bang.

Op deze afbeelding zie je een overzicht van de processen na de Big Bang. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.

Het belangrijkste bewijs voor de theorie van de Big Bang is de aanwezigheid van de achtergrondstraling, die in 1964 is ontdekt door Penzias en Wilson.


encyclopedie astronomy